Waterski
Het begrip waterski kan veelomvattend zijn. Wanneer iemand praat over waterskien kan dit heel algemeen zijn en over alle disciplines gaan. Het kan nadrukkelijk gaan over klassiek skiën met 2 ski’s of slalom-/mono-skiën. Als men specifiek de waterski zegt bedoelt men 1 waterski, vaak 1 ski uit een set van 2 klassieke ski’s. Wanneer men echt 1 waterski bedoelt om de golven te kruisen praat men over een slalomski. Een slalomski is praktisch hetzelfde als 1 gewone ski, en men kan dit leren op 1 van de 2 klassieke ski’s die een voetlus heeft achter de binding. Hoewel de betere modellen echt wel een speciale vorm krijgen in de onderkant van de slalomski om zo beter grip te nemen op het water wanneer men echt hard aansnijd. Als je heel hard zou aansnijden met een 1 “gewone” waterski zul je vaker uitschuiven in de bocht.
Een ander soort waterski is de figuurski. Dit is een kleine en bredere versie van de klassieke waterski en word ook aangeleerd met 2 ski’s. In het begin is dit een sport die even moet wennen aangezien er geen vinnen onder de waterski ’s zitten en de ze ook volledig vlak zijn vanonder, dit zorgt voor een wat gladdige ervaring. De moeilijkere figuren worden slechts met 1 figuurski uitgevoerd aangezien de bewegingsvrijheid veel groter is wanneer men slechts 1 ski aanheeft. Net zoals bij een slalomski is er dan een voetlus voorzien achter de binding voor de 2de voet. Dit is omdat men op een figuurski vaak complexe bewegingen uitvoert waarbij men vaak het touw langs alle kanten van hun lichaam ziet passeren. Daarom is het soms handig om 1 voet gemakkelijk te kunnen opheffen. De ski heeft heel weinig grip op het water en laat zo toe om een grote variatie aan figuren uit te voeren. De hekgolf wordt ook gebruikt om sprongen uit te voeren.
Vervolgens is er nog een bekende waterski, de springski. Deze ski’s zijn ontworpen om de waterskiër zo ver mogelijk over een schans te doen springen, daarom zijn ze ook zo lang. Moesten de waterski’s heel kort zijn zou de impact bij de landing te veel worden en kunnen ze de skiër niet meer dragen. De extra lengte en breedte van de springski’s verdelen de impact over een groter oppervlakte. Springskiërs proberen ook zoveel mogelijk snelheid te nemen bij het aansnijden naar de schans. Het is dus heel belangrijk dat de ski’s hoge snelheden op het water aankunnen en de skiër niet doen uitglijden. Dus ook hier zijn de waterski’s ontworpen om op het water te plakken zoals bij de slalomski en in tegenstelling tot de figuurski’s.
Racen is ook een spectaculaire waterski discipline. In deze sport maakt men gebruik van een grote slalomski en een harnas i.p.v. een touw aangezien bij zulke krachten het bijna onmogelijk is om het touw met de handen vast te houden. De boot die wordt gebruikt heeft heel veel PK’s en een leuke acceleratie. Bij zulke snelheden is het belangrijk dat de slalomski goed ontworpen is, vooral ook omdat racen niet vaak gebeurt op vlak water. Meestal is het wateroppervlak heel slecht en zijn er overal golven.
Een in België minder beoefende waterskitak is het blootvoeten. Zoals de naam het zegt gebruikt men hier geen waterski. De boot moet aan een hoge snelheid van ongeveer 50 à 60 Km/u de skiër vooruittrekken zodanig dat het wateroppervlak hard genoeg word om er met de blote voeten over te glijden. Hier heeft men best vlak water zonder veel drijvend vuil in. Blootvoeten heeft de naam van een heel opwindende sport aangezien je enkel uw lichaam en de snelheid van de boot gebruikt om op het water te staan. Dit is toch wel iets uniek aan de discipline.
Nog een discipline is de airchair. Dit is een brede waterski met een speciaal ontworpen stoeltje op en een hele lange vin onderaan die in vooraanzicht lijkt op een omgekeerde T. Deze unieke samenstelling zorgen voor een spectaculaire sport waarbij men salto’s e.d. uitvoert. De hekgolf kan hier gebruikt worden als een soort schans om extra hoogte te halen. Deze discipline kan ook door mensen met een handicap aan de benen worden uitgevoerd.
Kneeboarden is een niet zo bekende waterski. Het kneeboard is een breed board met een kussen op en een lint om zich vast te maken aan het board. De bedoeling is dat men op de knieën zit op het board en zo figuren doet door over het water te glijden of met behulp van de hekgolf te springen en dan in de lucht figuren uitvoeren.
De jongste sport in de waterskiwereld is het wakeboarden. Deze steeds populairder wordende sport maakt gebruik van een board i.p.v. een ski. Het board is te vergelijken met een mengeling tussen een snowboard en een surfboard. In deze spectaculaire sport is het de bedoeling om met behulp van de hekgolf spectaculaire sprongen te maken. (Wake is Engels voor kunstmatige golf.) Of zoals bij het figuurskiën en kneeboarden zijn ook hier tal van figuren mogelijk door over het water te glijden. De laatste jaren beginnen de riders ook meer en meer constructies te plaatsen in het water om over te sliden (glijden) of over te springen en soms zelfs een combinatie van die 2. Binnen het wakeboarden zijn er ook verscheidende disciplines. Er is wakeskaten, dit is een soort wakeboard zonder bindingen om zo een heel nieuw gamma figuren en stijlen uit te kunnen voeren. En er is wakesurfen, hier moet de boot net niet geplaneerd varen om zo een extra grote golf te trekken die de wakesurfer kan gebruiken om vooruit te komen en surftrucks uit te voeren. Men start in het wakesurfen meestal met een touw maar wanneer de golf er is gooit men het touw terug in de boot. Bij het wakesurfen is het belangrijk dat de boot een V-drive of direct-drive heeft zodanig dat er geen schroef achter de boot is.
Wakeboarden heeft echt een groep disciplines die zich onderscheiden heeft van het klassieke waterskiën en je zult ze niet terugvinden op een waterskicompetitie. De mensen die deze jonge sport beoefenen zijn vaak een andere doelgroep dan klassiekere skiërs. We kunnen bijna spreken van verschillende werelden. 1 De waterskiwereld met klassiek skiën, slalomskiën, figuurskiën en jumpen(springskiën), 2 De wakeboardwereld met Wakeboarden, wakeskaten, en wakesurfen.
Sitemap |